Blog

do 23 mei 2024

Beleggingsverlies aftrekbaar ondernemingsverlies?

Een ondernemer heeft een eenmanszaak in consultancy en investments. Hij claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting een ondernemingsverlies, dat voor ruim € 50.000 bestaat uit verliezen op beleggingen. De Belastingdienst corrigeert het verlies. Een rechtszaak en zelfs een hoger beroep volgen.

Standpunt ondernemer
Volgens de ondernemer dient het verlies uit de beleggingen als verlies uit onderneming te worden aangemerkt. Dat volgt uit zijn bedrijfsactiviteiten, namelijk het investeren in beleggingsproducten. Hij  is een ervaren beleggingsdeskundige die vanuit eigen ervaringen de onderneming is gestart met als doel rendement te genereren. Hij houdt zich bovendien als expert bezig met de ontwikkeling van een algoritme dat beleggingswinsten kan behalen.

Standpunt Belastingdienst
De Belastingdienst stelt dat er geen sprake is van winst uit onderneming omdat een bron van inkomen ontbreekt, waardoor de beleggingen tot Box 3 behoren. Op handelsplatformen zijn financiële transacties uitgevoerd die louter speculatief van aard waren en waarop de ondernemer met zijn deskundigheid geen invloed had. Bovendien heeft de ondernemer niet voor derden, maar uitsluitend met privévermogen belegd.

Oordeel rechtbank: Bron van inkomen?
In het zogenaamde Bami-arrest heeft de hoogste rechter geoordeeld dat voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een bron van inkomen het volgende beoordelingskader van belang is.

De vraag of een belastingplichtige met door hem verrichte werkzaamheden of diensten een voordeel beoogt, en redelijkerwijs kan verwachten dat deze hem - zij het in de toekomst - positieve zuivere opbrengsten kunnen opleveren, is wel van belang als het gaat om de afgrenzing van activiteiten in de sfeer van de verwerving van inkomsten tegenover activiteiten die, als voorzienbaar blijvend verliesgevend, in de sfeer van besteding van inkomen moeten worden geplaatst. Ook is die vraag van belang bij de afbakening van belaste transacties in de vermogenssfeer tegenover louter speculatieve transacties. De vraag of een voordeel is beoogd kan daarnaast ook een rol spelen in die gevallen waarin weliswaar diensten of werkzaamheden in het economische verkeer zijn verricht doordat de belastingplichtige buiten de gezinssfeer is getreden, maar de behaalde voordelen niettemin buiten het inkomen dienen te blijven omdat zij in de persoonlijke sfeer liggen.

Volgens de rechtbank zijn de beleggingsactiviteiten louter speculatief, waardoor er objectief gezien redelijkerwijs geen voordeel is te verwachten. Van enige kennis ten aanzien van de aandelentransacties, waarbij wel een objectief voordeel te verwachten is, is niets gebleken. De stelling van de ondernemer dat hij subjectief wel voordelen verwacht, is onvoldoende voor het vaststellen van een bron van inkomen. De ondernemer heeft het startkapitaal dat hij vanuit zijn privé vermogen heeft gestort op de zakelijke bankrekening belegd waardoor er in zoverre sprake is van verplicht privévermogen. Deze beleggingen behoren dan dat tot het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in box 3. De stelling van de ondernemer dat hij een algoritme aan het ontwikkelen was in 2018, leidt thans niet tot een ander oordeel. De Belastingdienst heeft het verlies uit beleggingen terecht gecorrigeerd.

Het voorgaande neemt niet weg dat zodra de ondernemer een door hem ontwikkeld algoritme op de markt brengt, waarvoor derden willen betalen, en waarbij objectief gezien redelijkerwijs een voordeel kan worden verwacht, er wel sprake kan zijn van een bron van inkomen. Zover is het echter nog niet.

Tot slot verwerpt de rechtbank de stelling dat het zogenaamde Bami-arrest niet van toepassing zou zijn, omdat het niet ziet op een onderneming die is opgericht voor het investeren in beleggingsproducten. De relevante vraag die het arrest beantwoordt, is immers of sprake is van het beoogd zijn en kunnen verwachten van voordeel. In zoverre is het ontwikkelen van een recept voor bami vergelijkbaar met (het ontwikkelen van een algoritme voor) cryptobeleggingen.

Hoger beroep
Volgens het Gerechtshof is wel degelijk sprake van een fiscale onderneming, nu de Belastingdienst zelfstandigenaftrek heeft toegekend voor werkzaamheden die in het betreffende jaar voor de eenmanszaak zijn verricht. De ondernemer heeft echter onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan de beleggingen tot het ondernemingsvermogen van de eenmanszaak behoren.

Het Gerechtshof komt tot de conclusie dat de feitelijke ondernemingsactiviteiten tot de retailsfeer behoren en dat de beleggingsactiviteiten daartoe niet behoren. De enkele vermelding in de registratie van de KvK van de activiteit ‘Investeren in beleggingsproducten’, is onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden. Niet aannemelijk is geworden dat er enig verband is tussen de beleggingsactiviteiten en de onderneming in de eenmanszaak, zodat het beleggingsverlies niet in aftrek op de winst uit onderneming kan worden gebracht.

Let op: Bij verlies op effecten kunt u deze beleggingen niet zomaar achteraf ‘op de zaak’ zetten om zo nog enige fiscale compensatie te krijgen.