Blog

di 12 januari 2021

VOF, dus ondernemer?

Een ICT-consultant en zijn vrouw, een ambulant pedicure, hebben allebei een eenmanszaak. Ze gaan een vennootschap onder firma (VOF) aan en schrijven deze in bij de Kamer van Koophandel. De winst van de VOF wordt verdeeld op basis van de omzet en kosten van ieders bedrijfsonderdeel. Beide partners claimen fiscale ondernemersfaciliteiten. Hoe reageert de Belastingdienst?

Fiscaal geen VOF
De Belastingdienst stelt dat voor de inkomstenbelasting geen sprake is van een VOF. Daarbij is nog van belang dat er geen VOF-overeenkomst is opgesteld. De man doet wat administratief werk voor de pedicurepraktijk. Na de oprichting van de VOF is in de bedrijfsvoering niets veranderd. De activiteiten zijn totaal branchevreemd van elkaar en de partners hebben geen zeggenschap in elkaars onderneming. Ook de expertise in de bedrijfshandelingen van de partner ontbreekt.

Geen ondernemerschap
De man werkte ook toen de VOF al bestond telkens langdurig voor slechts 1 opdrachtgever. Gezien de grootte van de omzet, 1 opdrachtgever en minimale bedrijfsmiddelen is de Belastingdienst van mening dat het resultaat als ‘resultaat uit overige werkzaamheid’ moeten worden aangemerkt en niet als winst uit onderneming.

Oordeel rechter
Het is aan de ICT-consultant om aannemelijk te maken dat hij fiscaal ondernemer is, nu de Belastingdienst dit gemotiveerd bestrijdt. De man stelt dat hij wel aan 1 partij heeft gefactureerd, maar dat dit feitelijke verzamelfacturen zijn die zijn opdrachtgever doorbelast aan groepsvennootschappen. Verder komt de man niet. Hij heeft bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt in hoeverre hij als zelfstandige naar buiten is getreden, wat de aard van zijn werkzaamheden zijn geweest, in hoeverre hij debiteurenrisico heeft gelopen, hoe hij zich als ondernemer naar buiten toe heeft opgesteld, of hij investeringen heeft gedaan of dat hij reclame heeft gemaakt.

Daarom is de man fiscaal geen zelfstandig ondernemer, zodat van een vennootschap onder firma geen sprake is. Het maakt niet uit dat de VOF is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Evenmin dat de VOF voor de omzetbelasting wel is geaccepteerd.

Let op: De fiscale ondernemersfaciliteiten – zoals de MKB winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek – maken fiscaal ondernemerschap aantrekkelijk. Maar voor fiscaal ondernemerschap gelden objectieve criteria. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel is niet van doorslaggevende betekenis.